Het verhaal van Arno

25 juni 2020

Het verhaal van Arno

“Het zou niet zo lang duren, dacht ik”

Toen de 59 jarige Ossenaar Arno van den Elzen in 2018 thuis kwam te zitten, was hij ervan overtuigd dat dit niet lang zou duren. Een verkeerde inschatting, beseft hij nu. Dat valt tegen. Bij de pakken neerzitten doet hij overigens niet. Arno is een levensgenieter. Zijn gezin staat op één en hij heeft een paar “verrekte leuke hobby’s”. Toch hoopt dit creatieve organisatietalent snel een baan te vinden voor de komende jaren. “Dat gaat me lukken ook.”

“Het is mijn leeftijd waardoor ik bij voorbaat al niet uitgenodigd wordt voor een gesprek”, meent Arno. “Een gemiste kans als je het mij vraagt.” Sinds hij op zoek is, grijpt hij initiatieven als Talentvol aan om zijn verhaal te vertellen en natuurlijk hoopt hij op een baan. “Ik schaam me er niet voor hoor, want ik weet dat ik niet de enige ben.” Als je zo met hem in gesprek bent, dan snap je eigenlijk niet waarom hij nog geen werk heeft gevonden. Hij heeft een goede babbel, fit voorkomen, fijn gezin, rijk sociaal leven en hij is ook nog eens prins carnaval. Alles lijkt hem mee te zitten. Behalve dan dat werk. Of eigenlijk het gebrek eraan. “Ik hoop dat er in de toekomst nog een baan voor me in het verschiet ligt. Een leuke job waar ik mijn ei in kwijt kan, mensen kan ontmoeten en kennis kan vergareen en uitdelen. Als dat nou toch zou lukken. Ik heb er veel voor over.”

Even terug in de tijd
Arno werd geboren in de Berghemseweg. Hij groeide op in een typisch middenstandsgezin met een schilder als vader en een moeder die thuis voor hem en zijn jongere zusje zorgde. Ze verhuisden al snel naar de Maria van Bourgondiëstraat in de Krinkelhoek. “Dat was me toch een leuke wijk om op te groeien. Ruimte genoeg. Veel van mijn vrienden heb ik daar leren kennen. Inmiddels woon ik er niet meer en ben ik verknocht aan de wijk waar ik nu woon: Ussen. Met zijn vrouw Dian heeft hij twee zoons. De ene woont lekker dichtbij in Brabant en is technisch DTP’er, de ander woont in Amerika. “Hij wil het daar maken als jazzmuzikant.” In zijn ogen is te zien van wie zijn zoon die passie heeft en vertelt trots over het moment dat hij door ‘m verrast werd tijdens de prinsonthulling waar hij afgelopen jaar werd benoemd tot stadsprins Arno II. “Stond hij daar ineens, geweldig was dat.”

De creatieve kant op

Na zijn middelbare schooltijd ging Arno naar het St. Lucas in Boxtel, waarna hij aan de slag ging bij een klein bureau dat gespecialiseerd was in reizen en reclame. “Ik was daar het manusje van alles: fotograferen, filmen, opmaak van de huiskrant, naar het buitenland.” Later maakte hij de overstap naar Grasso Perslucht –nu Grassair – waar hij zich ontfermde over de reclamewerkzaamheden. Iets wat hem blijkbaar goed af ging, want een paar jaar later was het Van de Pol Reclame waar hij datzelfde beroep uitoefent. Bij reclamebureau Publicis in Eindhoven maakt hij kennis met het werk van een zogenoemde trafficmanager. Dat in goede banen leiden van creatieve orders is iets waar hij verder in wil. “Je moet dan denken aan de planning, studiowerk, opmaak van fotografie, illustraties, controle op design en ook drukwerk verzorgen. Dat soort werk.” In de jaren erna deed hij datzelfde werk – “en toch was het overal weer anders” - bij Mars, Drukkerij Vrijdag en daarna bij Koffiebranderij de drie Mollen in Den Bosch uiteindelijk Douwe Egberts.

Als het stopt
Die laatste baan bij Douwe Egberts noemt Arno een wereldjob. “Letterlijk hoor, want ik werkte met kantoren over de hele wereld: Zweden, Denemarken, Australië, Mexico en de USA. En dan had je ook nog contacten met de reclamebureau’s en PMA’s (dat is een mediabureau, red.).” Arno heeft pech als er wordt gereorganiseerd en de functie daar ophoudt te bestaan. “Tsja, en toen kwam ik thuis te zitten en was ik dus overtuigd dat dit niet lang zou gaan duren. Dat had ik dus goed mis. Toch laat ik me niet kisten. Ik blijf enthousiast en initiatieven als deze aangrijpen om mijn verhaal te vertellen en natuurlijk om uiteindelijk aan een nieuwe baan te komen. Dat gaat zeker lukken, daar geloof ik in!”

Deel dit bericht: